Nieuws

Onze sponsers

Onze uitrusting

Bekijk onze uitrusting.

Ideaal gewicht

Wil je weten hoe het gesteld is met je gewicht gebruik de BMI calculator.

Verzettentabel

Een overzicht van alle tandwielcombinaties met de overeenkomstige afgelegde weg.

Leuke verhalen

Wielerverleden Frans Van Limbergen

Als derde clublid met een wielerverleden laten we nu ook Frans Van Limbergen aan het woord.
Frans wordt 65 jaar op 8 mei 2010, is sinds 1990 lid van De Vliegende Spaak en maakt sinds november 2001 deel uit van ons clubbestuur. Hij doet zelf zijn verhaal :

Tijdens een opruiming kreeg ik wat oude, vergeten krantenknipsels en foto's van mijn vroegere jeugdwieleractiviteit in handen. Vermits een paar leden van DVS me hierin zijn voorgegaan, wou ik deze archiefdocumenten eveneens ter beschikking stellen van de rubriek "uit de oude doos" op onze website. Zij handelen over de periode 1961 - 1967. Jammer genoeg zijn zoveel andere artikels, uitslagen en foto's per ongeluk verloren gegaan toen mijn ouders thuis een opruiming deden buiten mijn weten. Mij resten enkel nog bijgaande foto's en artikels en een erg bondige samenvatting van mijn wielerresultaten.

Het was mijn jongensdroom om ingenieur te worden en om die reden lag de focus vooral op mijn studies, om dit levensdoel zo snel mogelijk te bereiken. Wielrennen was uitsluitend een hobby voor mij en daarom ook koerste ik enkel tijdens het schoolverlof. Vandaar het klein aantal betwiste wedstrijden.

Toen ik eind juni 1965 met onderscheiding afstudeerde was ik, pas twintig jaar geworden, op dat moment met ruime voorsprong de jongste technisch ingenieur in België en kreeg daarvoor een speciale eervolle vermelding. De normale leeftijd om dit diploma te behalen was 22 jaar.

En nu een overzicht van mijn betwiste wielerwedstrijden en behaalde overwinningen. Het moet daarbij gezegd dat ik, als niet-spurter, toch ook nog een ganse lijst zeer dichte ereplaatsen binnen de eerste vijf verzamelde, omdat ik de koers goed aanvoelde en uiterst zelden de goede ontsnapping miste.

Individuele wedstrijden :


(96 wedstrijden / 24 overwinningen, 21 met voorsprong, 3 in een spurt met een klein groepje)

Ploegentijdritten : (5 wedstrijden / 4 overwinningen)

1963 was mijn succesjaar met 10 overwinningen, waarvan 9 met voorsprong, op 22 wedstrijden.
1964 was een geslaagd overgangsjaar van nieuweling naar internationale liefhebber.

In 1965 won ik, na mijn eindexamens en met amper 2 weken training, reeds mijn tweede koers bij de liefhebbers (zie artikel in bijlage), maar nadien werd ik voortdurend op het wiel gereden door oudere ervaren renners die me geen meter vrijheid meer gaven.
Ik reed zelden buiten de eerste vijf, maar winnen werd me heel moeilijk gemaakt. Desondanks toch nog 3 overwinningen. Ik won ook met een selectie van 6 renners van mijn club, WSC Merelbeke Scheldestreek, het Vlaams Interclubkampioenschap ploegtijdrijden in Halle (zie foto in bijlage), het Nationaal Interclubkampioenschap 100 km ploegtijdrijden in Zolder (zie foto in bijlage) met ondermeer ook de latere profs André Dierickx, ooit winnaar van o.a. de Waalse Pijl, en Eddy Peelman, vooral bekend als rittenkaper in de ronde van Spanje, in beeld).
Hierna werd ik met 2 andere renners van mijn club en 3 van Gentse Velosport opgenomen in de Oost-Vlaamse selectie voor het Interprovinciaal Kampioenschap 100 km ploegtijdrijden, eveneens op de omloop van Terlamen in Zolder. Ook hier wonnen we, met een gemiddelde van liefst 46,3 km/uur. In bijlage twee artikels daarover. Deze proef was de ultieme test voor de selectie van de ploeg van vier voor het wereldkampioenschap "tijdrijden per ploeg" in San Sebastian in Spanje. Hoewel ik één van de beteren was in de Oost-Vlaamse selectie en dus overtuigd was van mijn selectie voor het wereldkampioenschap, werd ik jammer genoeg pas als 1ste reserve voorzien.


In 1966 vervulde ik mijn legerdienst, maar kreeg alleen gelegenheid om te trainen tijdens het weekeind. Enkel om de 14 dagen kon ik naar huis om een koers te betwisten tijdens het weekeind. Ondanks gebrek aan training waren de resultaten toch vrij behoorlijk en werd ik door mijn club geselecteerd om de Ronde van België (zie foto in bijlage)mee te rijden.
Na veel aandringen kreeg ik van de legerleiding uiteindelijk verlof om deel te nemen. Vier dagen reed ik uitstekend in dienst van de ploeg, maar nadien kon ik niet meer optornen tegen de beteren. Zwaar ontgoocheld heb ik na de Ronde de fiets aan de haak gehangen.

Een interessant gegeven is, dat ik bij de internationale liefhebbers ook koerste tegen kleppers als Eddy Merckx, Walter Godefroot, Roger Swerts, Roger Rosiers, Willy Planckaert, Patrick Sercu, Eric Leman, Lucien Van Impe, André Dierickx, Ole Ritter (Den.), Tiemen Groen (Ned.), die als liefhebber en later als prof hoge ogen gooiden in verschillende disciplines.

In de zomer van 1967 liet ik mij overhalen om het nog eens te proberen bij de corporatieve liefhebbers in koersen van 80 km. Dat lukte vrij aardig, maar toch was het moeilijk te combineren met mijn job. Toen ik eind augustus 1967 van werkgever veranderde en verder van huis ging werken, had ik totaal geen gelegenheid meer om te trainen en heb ik mijn fiets opnieuw aan de haak gehangen.

In 1977 ben ik weer beginnen fietsen bij een kleine wielertoeristen(café)club. In 1980 ben ik overgestapt naar WTC Schoonaarde en in 1990 ben ik naar De Vliegende Spaak gekomen.
Tot 2003 heb ik nooit getraind tijdens de week (wegens geen tijd) en fietste ik, op fietsvakanties na, enkel tijdens het weekeind.

In 1985 ben ik begonnen met deelnames aan klassiekers en semi-klassiekers voor wielertoeristen en mijn allereerste col, de Mont Ventoux, heb ik beklommen in 1986 (op 41-jarige leeftijd dus). Als wieler- èn natuurliefhebber heb ik daar echt de smaak van de bergen te pakken gekregen. Sindsdien heb ik, dankzij jaarlijkse meerdaagse fietstochten, meer dan 500 cols, passos, altos, puertos, jochs, pasuls (of hoe buitenlandse bergpassen ook nog heten) in Frankrijk, Italië, Spanje, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Hongarije, Roemenië, Corsica en Mallorca beklommen.
Daarbij heb ik echt alle mogelijke weersomstandigheden meegemaakt, van bloedheet tot berekoud, met mist, regen, hagel en zelfs sneeuw, maar alles is het beleven waard geweest en zorgt voor onuitwisbare herinneringen.

Al bij al vind ik de wielersport nog steeds de mooiste en boeiendste sport die er is, en vind ik het jammer dat ik pas in 1985 het echte wielertoerisme ben gaan ontdekken. Vooral mijn omzwervingen met een groep vrienden doorheen de Europese bergketens hebben onvergetelijke indrukken en erg aangename herinneringen nagelaten.
De euforie van het bedwingen van een bergreus, de sensatie van een flitsende afdaling, de schitterende panorama's, de stille vergeten dorpjes, de sfeer in de groep bij het welverdiende stevige avondmaal na een loodzware rit, allemaal onbeschrijflijke ervaringen waarvoor woorden tekort schieten, maar alleszins echte, echte aanraders voor elke rechtgeaarde wielertoerist.